Dinsdag 2 april; mileage 7239We besluiten nog een nacht bij te boeken, dan kunnen we wat bezoeken zonder verdere reisvermoeidheden. Morgen reizen we dan wel verder. Na het ontbijt gaan we naar Vermillion Ville. Een klein dorpje van de Acadanians. We kunnen nog net mee met de guided tour die al bij het eerste huis is. We lopen daar dus heen en sluiten ons aan bij een klein groepje mensen.
|
Wat meteen opvalt is, dat het hier heel stil is. Iedereen loopt in klederdracht van die tijd, ook de gids. We zien een smidse, een kerk, de school en huizen van zowel arm als rijk. Ook de werkplaats van een meubelmaker en een vrouw die poppetjes maakt van maisblad maar ook zittingen voor stoelen. Er is een man bezig katoen te zaaien. We zien een weefgetouw en patchwork. |
| Overal vertelt de gids iets over. Ze vertelt erg leuk. Ze spreekt goed Frans en Duits en ook redelijk goed Engels, ze zoekt wel af en toe naar woorden. Alle mensen in dit museumdorp spreken Frans, en houden die taal ook in ere. Ze vinden het leuk als we ze verstaan en proberen om in 't Frans terug te praten. Een oude man die met z’n vrouw daar echt woont en waar we even door de voordeur naar binnen mogen kijken, spreekt helemaal geen Engels en weet ook niet waar Les Pays-Bas liggen. |
|
Dan gaan we naar Mc Gee's Landing om een swamptour te doen. De gids houdt ook hier weer z'n praatje in zowel Engels als Frans want ook hier zijn ze weer trots op hun Franse afkomst. We varen over een grote watervlakte die dient als reservoir voor de uitstroom van de Mississippi en een zijarm, de Atchfalaya rivier. Het water staat voor deze tijd van het jaar zo'n 3ft te laag omdat het hoog in de bergen nog steeds vriest en er dus weinig dooiwater is. Gevolg is dat we niet overal met de boot kunnen varen. Ook de hier veel gevangen crawfish heeft er last van; ze leggen nog weinig eieren. We zien tijdens deze tour geen gators (gebruikelijk is 1 per tour. Ha, ha, moet je in Okefenokee kijken!) maar wel schildpadden, aalscholvers, reigers en egrets. We krijgen nu ook het verschil tussen de egret en de heron te horen: de egret heeft zwarte poten en de heron gele. We varen nog onder de zelfde weg door (I10) waarover we zijn aangekomen en we zien een oud gaswineiland. Onze gids vertelt leuke details: de houten elektriciteitspalen worden met gaas beschermd tegen de spechten; de weggespoelde oude railroad; de bouw van de brug. Sinds 1993 hangen overal bordjes met: practice, catch and release. Of te wel of je je visje maar weer wilt laten zwemmen nadat je 'm gevangen hebt. In dat jaar was er heel veel vis dood gegaan tengevolge van een storm. De cipressen die we hier zien zijn beschermd, er mag zelfs geen stompje meer worden gekapt (waar zouden die hekjes in Vermillion Ville dan vandaan komen?). Ook hier natuurlijk weer Spanish Moss in de bomen. De toepassing hiervan was legio: als vul materiaal in kussens en als isolatiemateriaal bij huizen. Henri Ford gebruikte dit mos voor de vulling van de stoelen in z'n T Ford. De verpakkingskisten kon die slimmerd kant en klaar als vloerelementen gebruiken! Het was een leuke tocht met maar een minpuntje: Willeke werd geprikt door een mug! Moe maar voldaan keren we in ons motel terug. Morgen hoofdzakelijk reizen, met als einddoel Houston. 
Deze pagina voor 't laatst bijgewerkt op 20 Oct 2002 |